Het Europees Hof velt arrest over verbod op gezichtsbedekkende kleding

12 juli 2017

Unia heeft akte genomen van de twee arresten van het Europees Mensenrechtenhof over het verbod op gezichtsbedekkende kleding in de openbare ruimte.

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens oordeelt dat een verbod op openbare plaatsen een ‘noodzakelijke maatregel’ is in een democratie ‘om het samenleven mogelijk te maken.’ De zaak ging over het verbod dat werd aangekaart door moslima’s uit Dison in de buurt van Verviers. In 2014 oordeelde het Hof in de zaak S.A.S. tegen Frankrijk ongeveer hetzelfde na een klacht van een Franse vrouw tegen het gelijkaardig Frans verbod uit 2011.  

De Belgische overheid had drie argumenten voor het verbod: veiligheid, gelijkheid man-vrouw en samenleven. Het Hof vond samenleven een legitiem argument en verwees hiervoor naar het S.A.S. arrest. Het hof heeft hierbij veel ruimte toegekend aan de appreciatiemarge van Staten: de Belgische overheid is beter geplaatst om te oordelen wat nodig is om het samenleven mogelijk te maken dan een internationaal hof. 

Over deze ethische princiepskwestie was Unia’s standpunt in 2010 al dat ‘de volledige gelaatsbedekking niet thuishoort in de Belgische samenleving, evenmin in een hedendaagse samenleving in het algemeen. Geen enkel cultureel relativisme kan een praktijk rechtvaardigen die in strijd is met het concept van de menselijke waardigheid binnen het hedendaagse recht. De mogelijkheid om iemands gelaat te zien en hem of haar dus als iemand te erkennen met rechten en plichten vormt de basis voor de communicatie tussen leden van een samenleving.’