Aantal dossiers homofobie stijgt

18 mei 2017

Aan de vooravond van de Belgische Pride geeft Unia haar jaarcijfers over discriminatie op grond van seksuele oriëntatie. Unia opende in 2016 maar liefst 104 dossiers over mogelijke discriminatie wegens seksuele oriëntatie, ofwel 12 procent meer dan in 2015. Eén op de drie dossiers spelen zich af in het domein samenleving. Het gaat meestal over haatmisdrijven in het openbaar. Daarna zijn er vooral feiten in het domein media (internet) en werk. Unia wil dat de antidiscriminatiewetgeving verbetert en doet enkele aanbevelingen.

Het aantal dossiers over discriminatie op grond van seksuele oriëntatie nam in 2016 met 12 procent toe. In het totaal werden er 104 dossiers geopend, tegenover 92 in 2015. Een stijgende trend die Unia deels toeschrijft aan zijn betere bekendheid. ‘Maar ondanks de evolutie van het juridisch kader en de toegenomen acceptatie, vooral bij jongeren, blijven er pijnpunten. Homofoob gedrag en haatboodschappen blijven bestaan. Sinds 2012 stijgt het aantal dossiers over homofobie met 22 procent. We moeten dus alert blijven,’ benadrukt Els Keytsman, Unia-directeur.

30 procent van de dossiers uit 2016 gaat over haatmisdrijven die zich afspelen in het dagelijks leven van holebi's (in het openbaar vervoer, op straat, in familiale kring). Dit wordt gevolgd door 29 procent dossiers over het domein media. Meestal gaat het dan over hatespeech op de sociale media. 19 procent van de door Unia geopende dossiers speelt zich ten slotte af op de werkvloer.

Unia pleit voor nieuwe wetgevende impuls

Hoewel de Belgische wetgeving in vele opzichten als een voorbeeld wordt beschouwd, pleit Unia voor verbeteringen. Op basis van de dossiers van de afgelopen 10 jaar, formuleerde de organisatie 27 aanbevelingen. ‘In het algemeen blijft de juridische situatie precair. In veel gevallen is het bijna onmogelijk om een bewijs van discriminatie te leveren. De verschuiving van de bewijslast wordt wisselvallig toegepast. In het algemeen is de strijd tegen discriminatie geen prioriteit voor gerechtelijke of administratieve of tuchtrechtelijke autoriteiten en laat de handhaving te wensen over,’ zegt Keytsman.

Feitelijke straffeloosheid

Unia hield de antidiscriminatiewetgeving van 2007 tegen het licht en formuleert enkele aanbevelingen die een link hebben met homofoob gedrag. Zo vindt Unia dat de feitelijke straffeloosheid van homofobe persdelicten moet aangepakt worden. ‘Het is moeilijk te begrijpen dat iemand die vandaag op papier of via het internet aanzet tot haat, geweld of discriminatie van holebi’s in de feiten niet vervolgd wordt. In tegenstelling tot racistische uitspraken die aanzetten tot haat, discriminatie of geweld, zijn soortgelijke homofobe uitspraken op papier niet gecorrectionaliseerd en blijft het de bevoegdheid van het hof van assisen. Dit beperkt de slagkracht van de antidiscriminatiewetgeving.’   

Daarnaast zegt Unia dat slachtoffers niet begrijpen dat het verspreiden van racistische ideeën of het lidmaatschap van een racistisch groep wél strafbaar is, maar het verspreiden van homofobe ideeën niet.       

Misdrijven met haatmotief

Voor een aantal misdrijven is een strafverzwaring mogelijk of verplicht als één van de drijfveren haat, misprijzen of vijandigheid tegen iemand is wegens één van de beschermde criteria. Voor andere misdrijven is geen strafverzwaring voorzien, maar is het evengoed mogelijk dat ze ingegeven worden door een verwerpelijk motief zoals bijvoorbeeld homofobie. Dan gaat het over de misdrijven die meer onder de radar gebeuren zoals bedreiging, afpersing, misbruik van gezag,… Unia  wil dat de lijst van misdrijven waarbij een hogere straf geëist kan worden als er sprake is van een haatmotief, uitgebreid wordt.

Tot slot wil Unia een versoepeling van de beschermingsprocedure voor slachtoffers van discriminatie. Zo zijn ze beter beschermd zijn tegen represailles. Dat is belangrijk voor mensen die uit de kast komen op het werk en daardoor te maken kunnen krijgen met pestgedrag van collega’s of directie.  

Nu zaterdag staat Unia op de Gay Pride met een informatiestand.